StartpaginaHuisdier en omgevingWormen

Wormen bij de hond en kat

De lintworm

De lintworm
Hij bestaat uit een kop en enkele geledingen (segmenten) in de voorste geledingen bevinden zich de mannelijke geslachtsorganen en in de achterste de vrouwelijke organen. De lintworm is dus tweeslachtig. Omdat de worm vaak geslingerd ligt in de darm kan hij zichzelf bevruchten. De geledingen waar de eitjes in liggen laten los en worden met de ontlasting uit gedreven (we kunnen dat met het blote oog zien, het lijkt wel op rijstkorrels in de ontlasting of rond de anus ). De geledingen drogen uit en springen open en waaien zo de eitjes in het rond. De eitjes worden opgenomen door een tussen gastheer (vlo, rund, haas, konijn). In de tussengastheer komt er uit het eitje een larf, die groeit uit tot blaasworm en daarin groeit de jonge lintworm verder. De hond krijgt deze jonge lintworm dan weer binnen als hij vlooien, slachtafval, hazen of konijnen eet.
De lintworm nestelt zich in de darmwand en de cyclus begint opnieuw. In tegenstelling tot bij de spoelworm bouwt de hond geen weerstand op tegen de lintworm.
lintworm.jpg




de spoelworm

Spoelwormen, komen het meest voor bij honden en katten. De volwassen wormen vind je in de darmen waar ze leven van de darminhoud. Qua uiterlijk lijken ze op spaghetti: ze zijn 2-3 mm dik en tot wel 20 cm lang.

Vrijwel alle puppy’s zijn al besmet als ze nog in de baarmoeder zitten, of raken direct na hun geboorte besmet via de moedermelk. Daarnaast kunnen honden spoelwormen krijgen via de omgeving, door ongewild de besmettelijke eitjes in besmette grond in te slikken of door besmette knaagdieren te eten.
Aangezien vrijwel alle puppy’s bij de geboorte al besmet zijn en constant opnieuw besmet worden via de moedermelk of door de omgeving, is het belangrijk om in hun allereerste levensweken te beginnen met de wormen dodende behandeling en om ze ook daarna vaak te behandelen (bijvoorbeeld tweewekelijks of maandelijks, wanneer ze 2 tot 8 weken oud zijn en vervolgens maandelijks totdat ze 6 maanden oud zijn). De teefjes moeten tegelijkertijd worden behandeld. Dit voorkomt dat puppy’s de ziekte ontwikkelen en wormeneitjes uitscheiden via hun ontlasting, zodat de omgeving niet besmet wordt. Vanwege de grote verspreiding van spoelwormen en het gemak waarmee de besmetting kan worden opgelopen, moeten ook volwassen honden regelmatig worden behandeld (bijvoorbeeld 2-4 keer per jaar). Er zijn veel geneesmiddelen verkrijgbaar voor de behandeling en preventie. Sommige daarvan werken ook tegen alle andere veel voorkomende hondenwormen en zorgen zo voor een volledige bescherming.

-